Barbara van den Broeck (1558/60-?) groeit op in Antwerpen als dochter van Barbara de Bruyn en Crispijn van den Broeck, een bekende kunstschilder, tekenaar en graveur.

Na een opleiding door haar vader werkt ze mee in het familieatelier. Ze brengt getekende ontwerpen van haar vader in prent. Haar kleine oeuvre toont een eigen, verfijnde graveerstijl. In 1581 trouwt ze met schilder Daniël van den Queborn. Net als veel andere kunstenaars ontvlucht de familie rond 1585, na de Val van Antwerpen, de religieuze en politieke onrust in de Zuidelijke Nederlanden. Barbara van den Broeck belandt eerst in Middelburg en vestigt zich daarna in Den Haag, daar wordt haar zoon Crispijn van den Queborn geboren, die later ook prentmaker zou worden.