Na de dood van zijn vader wordt hij directeur, waarbij hij deze rol combineert met die van ontwerper. Begeer is een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de moderne, Nederlandse edelsmeedkunst in de eerste helft van de 20ste eeuw. Aan het begin van zijn carrière experimenteert hij met het vertalen van de 17de-eeuwse vormgeving van Adam van Vianen en Johannes Lutma naar eigentijdse ontwerpen. Zijn interesse in de geschiedenis van de edelsmeedkunst maakt dat hij kritisch naar de toekomst van het vakgebied kijkt. In 1926 laat Begeer een bijzonder moderne dieptrekpers installeren en ontwikkelt hij een nieuwe vormentaal in zijn ontwerpen voor de machinale massaproductie.
Aan de slag met de collectie:













