De schilders van Tachtig, zoals de Amsterdamse impressionisten ook wel worden genoemd, worden in de tweede helft van de jaren 1880 bekend.

Hun uitgangspunt is ‘kunst om de kunst’, waarbij ze de werkelijkheid weergeven door de ogen van de kunstenaar. Kunstenaars als George Hendrik Breitner, Isaac Israels, Jan Veth en Willem Witsen omarmen de losse toets van de schilders van de Haagse School en delen ook hun fascinatie voor de verbeelding van het licht. Waar de oudere generatie vaak landelijke taferelen schildert, kiezen de schilders van Tachtig juist voor stadse en mondaine scènes.