Frans Hals (ca. 1582 - 1666) kennen we als een schilder met lef. Hals experimenteert al vroeg in zijn carrière met een wisselwerking tussen gedetailleerd en wat losser schilderen.

Hij ontwikkelt een eigen stijl, die veel losser is dan die van zijn tijdgenoten. Zijn zichtbare penseelstreken brengen verf in beweging. Met lachende gezichten en opvallende poses wekt hij portretten tot leven. De opdrachten van de economische en politieke elite van Haarlem stromen binnen. Maar Hals heeft oog voor iedereen en schildert, naast de portretten in opdracht, ook de ‘gewone’ bevolking. In levendige genreschilderijen vereeuwigt hij verschillende figuren, zoals de vissersjongens op het strand of de vrolijke dronkaard in de kroeg. Na zijn dood leeft Hals voort als grote inspiratiebron van de impressionisten.