Gesina ter Borch (1631-1690) groeit op in een bekende, Zwolse kunstenaarsfamilie.

Haar oeuvre bestaat uit pen- en krijttekeningen, enkele schilderijen en waterverftekeningen die in drie albums in het Rijksmuseum bewaard worden. Haar tekeningen zijn virtuoos, origineel en bevatten vaak een vleugje humor. De ene keer tekent ze heel persoonlijke taferelen die een inkijkje geven in haar leven, om zich vervolgens weer met al haar kennis en ambitie op ingewikkelde allegorische voorstellingen te storten. Gesina beheert met zorg de ateliernalatenschap van het gezin, die na haar dood eeuwenlang in bezit van de familie zou blijven en in 1886 grotendeels door het Rijksmuseum kon worden aangekocht. Ook heeft het museum haar enige gesigneerde olieverfschilderij en een schilderij dat ze samen met haar halfbroer Gerard ter Borch maakte. Het zijn twee persoonlijke werken, die werden gemaakt ter nagedachtenis aan hun overleden broertje Moses.