De Haagse School bestaat uit schilders die tussen (ongeveer) 1860 en 1900 in Den Haag werken. Ze zetten zich af tegen kunstenaars die de werkelijkheid idealiseren en in een romantische traditie werken.

De Haagse School schilders streven juist naar een realistische weergave van de werkelijkheid, ingegeven door hun stemming op dat moment. Ze bewonderen de Nederlandse schilderkunst van de 17de eeuw en daarnaast de Franse kunstenaars van de School van Barbizon, die al rond 1840 zoveel mogelijk in de buitenlucht werken. Zo verbeelden Jozef Israëls, de gebroeders Maris en Anton Mauve met een losse toets het Nederlandse landschap, boeren en vissers. De kunstenaars van de Haagse School vinden de weergave van licht en atmosfeer, die in Nederland vaak een zilvergrijze tint heeft enorm belangrijk. Daarom worden ze ook wel de ‘grijze school’ genoemd.