In de werkplaats van Herman Doomer (ca. 1595-1650) bruist het in de 17de eeuw van de bedrijvigheid.

Hij groeit uit tot een van de succesvolste ebbenhoutwerkers in Amsterdam. Deze nieuwe groep meubelmakers specialiseert zich in het maken van meubelstukken gefineerd met ebbenhout en andere kostbare hardhoutsoorten. Deze nieuwe materialen zijn moeilijk te bewerken en stellen hoge eisen aan de meubelmaker. Ebbenhout wordt door de VOC geïmporteerd uit Zuid-Oost Azië. Zo is het hout in Amsterdam vrij gemakkelijk te krijgen. Doomer versiert zijn werken met prachtig houtsnijwerk en inlegwerk van parelmoer. Ook staat hij bekend om decoraties geperst in zwart geverfd walvisbeen, dat ebbenhout moet nabootsen. Dit soort kasten zijn ware pronkstukken in 17de-eeuwse huishoudens. Naast meubels focust Doomer vooral op schilderijlijsten, die hij mogelijk ook aan stadsgenoot Rembrandt levert.