De jonge meester neemt de stijl van zijn leermeester over in zijn tekeningen en schilderijen. Die schilderijen zijn aanvankelijk kleurrijke, weidse landschappen en riviergezichten. Vanaf 1627 hanteert hij echter een beperkt palet bestaande uit slechts enkele kleuren neigend naar oker, bruin en groen. De schilder herhaalt vaak motieven en werkt economisch. Tijdens zijn reizen door de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden en over de grens bij Duitsland vereeuwigt hij veel verschillende locaties, waaronder Den Haag, Delft, Arnhem en Nijmegen, in schetsboekjes. Er zijn nu nog zo’n 1200 schilderijen en 800 tekeningen van zijn hand bekend.
Aan de slag met de collectie:











































