“Lieve gezellen, ik moet toch eenmaal sterven, ik wil u geen moeilijkheden bezorgen.” Met deze woorden stort Jan van Schaffelaar (c. 1445–1482) zichzelf op 16 juli 1482 van de Barneveldse kerktoren.

Het is een historisch moment in de Hoekse en Kabeljauwse Twisten, een langlopend conflict om het graafschap Holland. De Kabeljauwen, waarvoor Van Schaffelaar vecht, hebben die dag de kerk veroverd. De Hoeken openen het vuur en eisen hun overgave en de opoffering van Van Schaffelaar. Van Schaffelaar springt zijn dood tegemoet om zijn mannen te redden. Het verhaal over de volksheld wordt pas in 1698 opgetekend door historicus Antonius Matthaeus, wat de betrouwbaarheid lastig te controleren maakt. In de Voorhal van het Rijksmuseum is een schildering van deze historische gebeurtenis, gemaakt door kunstenaar Georg Sturm, te vinden.