Er zijn waarschijnlijk maar weinig kunstenaars in zijn tijd die zoveel hebben gereisd als Jean-Étienne Liotard (1702-1789). Na opleidingen in zijn geboorteplaats Genève en Parijs, woont en werkt Liotard vier jaar lang in Constantinopel (nu Istanbul).

De kunstenaar werkt veel met pastelkrijt, maar schildert ook met olieverf. Als hij in 1742 terugkeert naar Europa, blijken zijn portretten zo populair dat de hooggeplaatste klanten in de rij staan. Veertig jaar lang reist hij voor opdrachten rond en tussen 1755 en 1757 verblijft hij in Nederland. Liotard bewondert de ingetogen schoonheid en eenvoud van 17de-eeuwse Nederlandse stilleven- en genreschilderijen. Hierin vindt hij inspiratie voor zijn eigen intieme, huiselijke taferelen. In Amsterdam trouwt hij met de Nederlandse Marie Fargues. Dankzij schenkingen van hun klein- en achterkleindochter kan het Rijksmuseum een belangrijke verzameling werk van de kunstenaar tonen.

Stories over Jean-Etienne Liotard