Als Judith Leyster (1609-1660) zich in 1633 aansluit bij het Haarlemse Sint-Lucasgilde, is ze een van de eerste vrouwelijke ‘meesterschilders’.

Net als haar mannelijke collega’s heeft ze de leiding over haar eigen atelier, leidt ze leerlingen op en verkoopt ze haar werk zelf. De meeste vrouwelijke kunstenaars specialiseren zich in die tijd in bloemstillevens. Leyster schildert ook enkele stillevens, maar specialiseert zich in het schilderen van alledaagse scènes. Het is niet zeker waar ze het schildersvak heeft geleerd, al lijkt het aannemelijk dat ze in ieder geval een tijd in het atelier van Frans Hals heeft gewerkt. Sommige werken sluiten zo dicht aan bij zijn stijl, dat ze in het verleden zelfs aan hem zijn toegeschreven. Leyster wordt gezien als de beroemdste Hollandse vrouwelijke kunstenaar van de 17de eeuw.