Het Rijksmuseum verzamelt sinds de oprichting in 1885 Aziatische keramiek.

Daarvan is het grootste deel Chinees (ca. 2300 stukken) en Japans (ca. 600), plus nog zo’n 50 stukken uit andere Aziatische landen. Nederlanders importeren namelijk al porselein uit Azië sinds de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC, 1602). Vanaf de 17de eeuw is het dun gebakken porselein met Chinese versieringen in blauw mateloos populair. Zo spelen Chinees en Japans porselein een belangrijke rol in het Nederlandse interieur. Sinds 1952 is de collectie van de Koninklijke Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst (KVVAK) ook ondergebracht in het Rijksmuseum, met stukken die in Azië tot de kunstproductie behoren: theekeramiek uit Japan, Song-kommen en Tang-grafplastieken uit China en keramiek uit Zuid-Oost Azië en Korea.