Het maniërisme is tussen ongeveer 1520 en 1630 de overheersende kunststijl in Italië.

Als reactie op het schoonheidsideaal van de renaissancekunst proberen Italiaanse kunstenaars de stijl van hun beroemde voorgangers te evenaren. Ze doen er zelfs nog een schepje bovenop. Ze wijken bewust af van ideale verhoudingen en zoeken naar extreme verfijning in compositie, beweging en de weergave van emotie. Maniëristische werken staan bol van de langgerekte en vaak overdreven gespierde figuren, sterke draaiingen en felle, koele kleuren. Dankzij reizende kunstenaars, zoals Bartholomeus Spranger en Hendrick Goltzius, verspreidt de stijl zich snel door Europa. Het maniërisme ontwikkelt zich als een overgangsstijl tussen de renaissance en de barok. De term is overigens later bedacht en eigenlijk negatief bedoeld: gemaniëreerd betekent ‘gekunsteld’.