Maria van Utrecht (1551-1629) heeft al jong een flinke erfenis in het vooruitzicht. Ze brengt daardoor veel geld in haar huwelijk met landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt.

In 1618 wordt Van Oldenbarnevelt, als tegenstander van prins Maurits, gearresteerd op verdenking van hoogverraad. Maria van Utrecht gelooft in zijn onschuld en zet alles op alles om haar man vrij te krijgen. Ze pleit voor een passende verdediging en stuurt talloze brieven aan de autoriteiten. Zonder succes. Haar man wordt ter dood veroordeeld. Van Utrecht krijgt niet de kans hem nog te bezoeken of zelf te begraven. Twee dagen na zijn dood besluiten de Staten-Generaal tot de inbeslagneming van een groot deel van de bezittingen van Van Oldenbarnevelt . Maria van Utrecht vecht dit aan en probeert haar bezittingen uit de gemeenschappelijke boedel terug te vorderen. Dat lukt haar slechts deels.