Maximiliaan van der Gucht (1603-1689) is de oprichter van de meest toonaangevende tapijtweverij in de Noordelijke Nederlanden.

In het midden van de 17de eeuw runt hij samen met zijn vrouw, Francyntje Meesdochter, twee werkplaatsen in Delft, een werkplaats in Gouda en een handelshuis in Den Haag. Het succesvolle bedrijf voert niet alleen opdrachten uit voor het stadhouderlijke hof en de Nederlandse elite, maar ook in het buitenland is het tapijtwerk populair. Zo kan Van der Gucht ook het Zweedse hof en de Poolse adel tot zijn klantenkring rekenen. Naast tapijten met bosgezichten, landschappen en jachtscènes worden in het atelier ook kussenovertrekken en stoelbekledingen vervaardigd, vaak versierd met bloemmotieven of wapens. Een typisch Nederlands genre is de productie van bloemtafelkleden.