Denk aan bulkgoederen als graan en hout uit het Oostzeegebied, wol uit Engeland, wijn uit Frankrijk en ruw zout van het Iberisch schiereiland. Met deze grondstoffen maken Nederlanders producten als bier, laken (wollen stof), fijn zout (voor de haringhandel), wapens en schepen. Veel van deze producten worden vervolgens geëxporteerd, opnieuw vaak over water. Steden zijn belangrijke schakels in deze internationale handel. In de 15de en 16de eeuw is Antwerpen de grootste havenstad van de Nederlanden. Na de (her)verovering door de Spanjaarden tijdens de Opstand neemt Holland, en vooral Amsterdam, de rol als stapelmarkt over. De internationale handel zorgt voor het ontstaan van een financiële markt, veel werkgelegenheid en een sterke groei van de steden.
Aan de slag met de collectie:













