Reizen voor het plezier is lange tijd ongebruikelijk.

Schippers en kooplieden gaan naar het buitenland om graan, wijn, huiden, hout, vlas, vis en meer van dat soort producten in te slaan. Ook worden zakenreizen gemaakt, bijvoorbeeld door uitgevers en boekhandelaren die de jaarlijkse ‘Buchmesse’ in Frankfurt bezoeken. In de loop van de 17de en 18de eeuw wordt het gebruikelijker dat vermogende jongemannen hun opleiding afronden met een ‘Grand Tour’, die hen naar Frankrijk, Duitsland, Engeland en/of Italië voert. Reizen wordt voor steeds meer mensen een doel op zich. In de 20ste eeuw wordt een buitenlandse reis betaalbaarder voor veel mensen, dankzij de toename van welvaart, de snelle groei van autobezit en goedkopere vliegtickets. Voor het eerst is er sprake van ‘massatoerisme’.