Met een bekende beeldhouwer als vader, wordt Paul Gabriël (1828-1903) geboren in een echt kunstenaarsgezin. Toch kost het hem moeite om zich het schildersvak eigen te maken.

Hij volgt lessen bij verschillende academies en leermeesters in Nederland. Gabriël verhuist naar België en ontmoet daar de kunstenaar Willem Roelofs, die hem inspireert om landschappen op een realistische wijze te schilderen. In de zomers trekt Gabriël naar Nederland om getekende studies en olieverfschetsen te maken van het polderlandschap. Terug in zijn atelier in Brussel, werkt hij deze uit tot olieverfschilderijen. Zijn Nederlandse tijdgenoten gebruikten vaak grijze tonen om het landschap te verbeelden, maar Gabriël wordt onthouden als de schilder die kleur gaf aan het Hollandse landschap.