Pieter Aertsen (ca. 1508-1575) wordt geboren in Amsterdam, als de zoon van de kousenmaker Aert Pietersz. In 1535 wordt Aertsen lid van het Sint-Lucasgilde in Antwerpen, waar hij een werkplaats opbouwt.

Naast grote altaarstukken en andere religieuze schilderijen, wordt de schilder vooral bekend met zijn al dan niet alledaagse herbergscènes, markt- en keukenstukken. Voor het laatste genre is hij een echte pionier. De schilderijen barsten van fruit, groenten, gevogelte, vlees, vis en kaas. Kenmerkend voor deze stillevens zijn vaak de Bijbelse scènes op de achtergrond, die de alledaagse voorgrond een andere lading geven. Omstreeks 1555 verruilt Aertsen Antwerpen weer voor Amsterdam. In Antwerpen neemt vermoedelijk zijn neef Joachim Beuckelaer de succesvolle werkplaats over, en ontwikkelt het genre verder. Door de Beeldenstorm in 1566 is van Aertsens werk weinig overgebleven in het Noorden.