Tijdens verschillende tochten verkent VOC-commandant Robert Jacob Gordon (1743-1795) de Kaapkolonie in Zuid-Afrika.

Het gebied is in handen van Nederlandse kolonisten. Ze hebben met geweld steeds meer land veroverd rondom Kaapstad, de plek waar VOC-schepen op weg naar Azië worden bevoorraad. Gordon, een Nederlander met Schotse achtergrond, is een man van de Verlichting. Hij heeft veel belangstelling voor de lokale fauna, flora en bewoners van de Nederlandse kolonie. Hij leert Khoisan- en Bantutalen om te communiceren met de mensen die hij ontmoet en vereeuwigt hun levenswijze, de dieren en het landschap in gedetailleerde tekeningen. Na Gordons dood komen zijn manuscripten, tekeningen en kaarten terecht bij de Hertog van Sutherland. Onder zijn toezicht worden honderden tekeningen en kaarten gebundeld in zes volumes. De bundels worden nu, onder de naam De Gordon Atlas, bewaard in het Rijksmuseum.