Lange tijd worden steden geregeerd door een college van twee of vier burgemeesters, die meerdere keren herkozen kunnen worden.

Een vroedschap buigt zich over bestuurlijke zaken en schepenen spreken recht. De raadsleden worden voor het leven aangesteld. Pas in de 20ste eeuw krijgen ook vrouwen toegang tot dit soort bestuurlijke functies. De leden van de vroedschap zijn verantwoordelijk voor de benoeming van burgemeesters, schepenen en schouten. Ook bepalen ze de samenstelling van hun eigen raadscollege. In de praktijk leidt dat vaak tot vriendjespolitiek, waarbij leden van een paar invloedrijke families een bestuurlijke elite vormen. En dan zijn er nog de stedelijke instellingen. Deze instellingen worden bestuurd door regenten die zich ontfermen over hulpbehoeftigen, zoals wezen, zieken, bejaarden en mensen met een beperking. Het is onbetaald werk, maar de populaire functies leveren flink wat aanzien op.