De Balinese Surapati (1660-1706) wordt op jonge leeftijd tot slaaf gemaakt en werkt jarenlang in de huishouding van Cornelia van Nijenroode en opperkoopman Pieter Cnoll in Batavia.

Hij is net twintig als hij de slavernij ontvlucht en zich aansluit bij een groep Balinese opstandelingen, die op basis van wederzijds wantrouwen samenwerkt met het VOC-leger. Na enkele jaren keert Surapati zich, als leider van de vrijheidsstrijders, tegen de VOC. Hij wordt vorst van een klein vorstendom op Oost-Java, dat uitgroeit tot een antikoloniaal centrum. Zijn verzet maakt hem in de ogen van de Nederlanders tot een staatsvijand. Surapati overlijdt in 1706 tijdens een veldslag. In 1975, eeuwen na zijn dood, wordt hij uitgeroepen tot nationale held van Indonesië.