Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederland geeft in 1954 de voormalige koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen meer zelfbestuur. Toch blijven zaken als defensie, buitenlandbeleid en internationale handel vallen onder de verantwoordelijkheid van de Koninkrijksregering. Zo blijft de invloed van Nederland op het bestuur van Suriname groot. In de jaren ‘60 wordt de roep om echte onafhankelijkheid steeds sterker. De situatie raakt in een stroomversnelling als premier Henck Arron aankondigt dat Suriname ‘ultimo 1975’ onafhankelijk moet zijn. In de aanloop naar de onafhankelijkheid vertrekken veel Surinamers naar Nederland, onzeker over de toekomst van hun land. Sinds de onafhankelijkheid, die in 1975 werd uitgeroepen, is 25 november in Suriname een jaarlijkse nationale feestdag: Srefidensi Dey.
Aan de slag met de collectie:













