Transport over land is vooral in de winter lastig, daarom bezitten veel mensen een boot. Zo verplaatst men zich in schepen, roeiboten of trekschuiten over het water. Voor het goederentransport op zee gebruikt men in de late middeleeuwen in Noordwest-Europa vooral koggeschepen en hulken. In de 17de en 18de eeuw neemt de handel toe en zijn er schepen met meer laadvermogen nodig. Het peervormige fluitschip, met zijn langwerpige romp, kan meer vracht vervoeren en biedt uitkomst. Fluitschepen worden vooral gebruikt voor de Oostzeehandel, maar varen ook naar Oost-Indië. Ook vandaag de dag is transport over water heel belangrijk voor Nederland. De Rotterdamse haven is uitgegroeid tot de grootste van Europa.
Aan de slag met de collectie:











































