Ze vangen mensen in hun natuurlijke omgeving: kinderen die ravotten, een gezin dat samensmelt in de keuken of een koopman die zijn waren aanprijst. De eerste genrevoorstellingen ontstaan in de 16de-eeuwse Vlaamse schilderkunst, maar in Nederland bloeit de genrekunst pas een eeuw later op. De stukken van Johannes Vermeer, Jan Steen en Judith Leyster worden beroemd. Vaak verstoppen zij een ondeugende inhoud of juist morele boodschap in hun werk. De naam ‘genrestukken’ ontstaat pas in de 19de eeuw, als de populariteit van de genrekunst een hoogtepunt bereikt. De collectie van het Rijksmuseum bevat ook werken van 19de-eeuwse schilders zoals Jozef Israëls, bekend om zijn levendige taferelen van boeren en vissers.
Aan de slag met de collectie:











































