Als jonge beeldhouwer tekent Carel Visser (1928-2015) nauwgezet de wereld van dieren en planten, om beter begrip te krijgen van hun structuur en vorm.

Die interesse blijft levenslang zichtbaar in zijn werk. In Vissers vroege abstracte beelden staat ordening door verdubbeling, spiegeling en herhaling centraal. Na een periode van uiterst minimalistische beelden van vooral ijzer of staal in de jaren 60 en 70 begint hij te werken met natuurlijke materialen en gevonden voorwerpen, die tegenstellingen als hard en zacht, doorzichtig en ondoorzichtig, buigzaam en stijf in zich dragen en die sterke associaties met de natuur oproepen. Behalve sculpturen maakt Visser ook meubels, sieraden, collages, tekeningen en grafiek.