De Antwerpse Catharina van Hemessen (1527/28-1567?) is de eerste Zuid-Nederlandse, vrouwelijke schilder van wie gedateerd en gesigneerd werk bekend is.

Ze wordt vermoedelijk opgeleid door haar vader, de beroemde schilder Jan Sanders van Hemessen. In 1548 wordt haar vader verkozen tot deken van het Antwerpse Sint-Lucasgilde. Dat geeft Catharina van Hemessen waarschijnlijk meer artistieke vrijheid. In datzelfde jaar schildert ze een portret van een onbekende vrouw, dat tegenwoordig deel uitmaakt van de collectie van het Rijksmuseum. Zelfportretten, vooral van vrouwen, zijn behoorlijk zeldzaam in de 16de eeuw. Maar Catharina maakt er toch een, en schildert zichzelf, eveneens in 1548, als eerste achter een schildersezel. In 1556 verhuizen Catharina en haar echtgenoot naar Spanje, na een uitnodiging van Maria van Hongarije, landvoogdes van de Nederlanden en kunstliefhebber, om aan het Habsburgse hof te komen werken.