Als Nederlandse kooplieden rond 1600 in Azië arriveren, is Chinees porselein al overal te koop. Chinese kooplieden brengen het naar havenplaatsen in Zuidoost-Azië, waar andere handelaren het inkopen en verspreiden, zelfs tot in de Arabische wereld en Portugal.

Batavia, de hoofdvestiging van de VOC, wordt al snel een belangrijke bestemming voor de Chinese schepen, net als Zeelandia, de handelspost op Formosa (Taiwan). In de 18de eeuw verandert de handel. Voor het eerst laat China Europese handelaren toe binnen de Chinese grenzen, in Kanton (Guangzhou). Europese handelscompagnieën waaronder de Nederlandse VOC vestigen daar hun kantoor en pakhuizen. Ze bestellen grote hoeveelheden porseleinen serviesgoed, fraai beschilderd in blauw-wit, of in bonte kleuren met details van goud. Soms wordt het porselein zelfs beschilderd naar voorbeelden die de VOC-handelaren zelf meebrengen.