Dat gebeurt al aan het hof van Karel de Grote in de 8ste eeuw, maar vooral vanaf de renaissance (ca. 1400-1600). Sindsdien zijn de harmonische verhoudingen, symmetrie en de karakteristieke ornamentiek van het classicisme niet meer weg te denken uit de westerse kunst en architectuur. Met ‘het classicisme’ wordt vaak vooral de periode aangeduid tussen ongeveer 1650 en 1720, waarin de stijl in heel Europa populair is. In die tijd beschouwen veel kunstenaars en intellectuelen de klassieken als dé norm voor beeldende kunst, architectuur en literatuur.
Aan de slag met de collectie:















































