Vanaf 1610 worden jaarlijks zo’n honderdduizend stukken Chinees porselein naar Nederland geïmporteerd. Om de Chinese concurrentie aan te kunnen, beginnen Nederlandse pottenbakkers hun producten te verfijnen.

Het aardewerk wordt dunner, witter en glanzender. Op een basis van wit tinglazuur worden blauwe schilderingen aangebracht, een kleurenschema dat sterk geassocieerd wordt met het Aziatische porselein. Dit aardewerk wordt ‘plateel’ of ‘faience’ genoemd, maar krijgt in de 17de en 18de eeuw de naam ‘Hollants porceleyn’. Vanaf 1650 wordt Delft hét centrum van aardewerkproductie, vandaar de uiteindelijke naam ‘Delfts aardewerk’. In diezelfde periode ligt de handel in Chinees porselein vrijwel stil door de burgeroorlog in China (1644-1684). Het geeft het Delfts aardewerk de ruimte om te floreren en aan populariteit te winnen bij de Europese elite.