Het duo schildert in verschillende steden en belandt uiteindelijk in Heidelberg, waar ze werken voor keurvorst Karel I Lodewijk van de Palts. Eenmaal terug in Haarlem in 1660, sluit Berckheyde zich aan bij het Sint-Lucasgilde. Vanaf dat moment schildert hij bijna alleen nog stadsgezichten op Amsterdam, Den Haag en zijn eigen Haarlem. De schilder werkt nauwkeurig en realistisch, maar geeft zijn stadsgezichten ook een levendige charme. Het leven van Berckheyde eindigt tragisch als hij in 1698 in de Haarlemse Brouwersvaart verdrinkt. Tot op de dag van vandaag geeft zijn werk een goed beeld van het stadsleven in de 17de eeuw.
Aan de slag met de collectie:





























