De Amsterdamse Nelly Bodenheim (1874-1951) blijkt als kind al een bijzonder talent voor tekenen te hebben. Als jonge vrouw gaat ze naar de Rijksacademie van Beeldende Kunsten, waar ze bevriend raakt met een groep medestudenten.

Deze vrouwen, die onder de naam ‘Amsterdamse Joffers’ bekend worden, trekken met elkaar op en exposeren samen hun werk. Na de academie perfectioneert Bodenheim haar tekenkunst bij de kunstenaar Jan Veth en excelleert ook als knipkunstenaar. Ze wordt vooral populair met eigen prentenboeken en illustraties voor kinderboeken van anderen. Veel mensen, jong en oud, genieten van haar tekeningen in silhouet van herkenbare, burgerlijke tafereeltjes. In 1913 is Bodenheim als commissielid betrokken bij de de tentoonstelling De Vrouw 1813-1913. Vanaf datzelfde jaar concentreert ze zich meer op kunstnaaldwerk en ontwerpt daarnaast regelmatig theateraffiches, theaterkostuums en toneeldecors.