In 1919 fuseert de in Voorschoten gevestigde fabriek van Van Kempen met Carel Begeer, een kleinere, ambitieuze zilverfabrikant uit Utrecht. Samen met een derde partner, de Rotterdamse juwelenfabrikant Jac. Vos, vormen ze de Koninklijke Nederlandse Edelmetaal Bedrijven Van Kempen, Begeer & Vos (K.N.E.B.). Deze samenwerking is van korte duur. Van Kempen vertrekt met ruzie en wordt per 1 januari 1925 mededirecteur bij J.A. Gerritsen in Zeist, dat voortaan Nederlandsche Fabriek van Gouden en Zilveren Werken Gerritsen & Van Kempen heet. Tegelijkertijd wordt Begeer generaal-directeur van K.N.E.B. . In 1960 bundelen deze twee grootste zilverfabrieken van Nederland opnieuw hun krachten en fuseren onder de naam Koninklijke Van Kempen & Begeer.
Aan de slag met de collectie:










































