De Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) is van 1602 tot 1800 het grootste handels- en scheepvaartbedrijf ter wereld.

Het bezit een monopolie op alle Nederlandse handel in Aziatische wateren ten oosten van Kaap de Goede Hoop. De VOC heeft een eigen leger en mag namens de Nederlandse overheid verdragen sluiten, oorlogen voeren en gebieden besturen. Op Java wordt het stadje Jakarta verwoest en op dezelfde plek de stad Batavia opgericht, vanaf 1619 het bestuurscentrum van de VOC in Azië. Met geweld breidt de VOC haar macht en gebied verder uit. Zo ontstaat een netwerk van honderden vestigingen. Op schepen brengt het internationale personeel peper, nootmuskaat en foelie, tabak, koffie en thee naar de Republiek, maar ook textiel, (verf-)hout en porselein. In alle lagen van de organisatie wordt aardig bijverdiend door illegale handel in deze luxeproducten, én in mensen.