Voordat de Europeanen arriveren, bestaan er rondom de Indische Oceaan al eeuwenoude handelsroutes.

De Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) breidt deze netwerken met geweld uit en exploiteert gebieden, zoals de Molukken en Sri Lanka, voor specerijen. Batavia (Jakarta) en Kaap de Goede Hoop worden belangrijke centra voor suiker, koffie en rijst. In de Atlantische regio handelen Nederlandse kooplieden in producten als suiker en koffie, wat leidt tot de oprichting van de West-Indische Compagnie (WIC). Na verloop van tijd vindt op alle handelsposten slavenarbeid en slavenhandel plaats. Ook voor een ambachtsman in Nederland valt er geld te verdienen aan de koloniale handel, bijvoorbeeld als toeleverancier van producten voor de slavenhandel of het dagelijks leven in de koloniën. Het vervoer van de producten naar Europa en de verdere verwerking ervan levert ook geld op. Zo stimuleert de koloniale handel de nationale economie.